Ik vind afdalen op de racefiets weer leuk!

Ik had nooit gedacht dit ooit nog zou zeggen, maar ik vind afdalen op de racefiets dus écht weer ont-zet-tend leuk! Na mijn klapband op de Zoncolan tijdens Giro di Kika duurde het zeker twee jaar, maar het afgelopen weekend zat ik dan eindelijk weer echt relaxt op de fiets bij de afdalingen tijdens het Team Chickfietst weekend in de Eifel.

Met de jongens mee naar beneden

Toen ik begon met wielrennen, woonde ik in Limburg. Het begon allemaal met een afdaling van de Cauberg op mijn Cortina met terugtraprem. Bang was ik dus zeker niet, en dat zorgde er tijdens mijn eerste grote tocht in de bergen (Tour for Life) dat ik bijna tegelijk met de jongens beneden was. Op de overige vrouwelijke teamgenoten moesten we toch al gauw zo’n vijf minuten wachten. Ze vonden dat afdalen maar spannend.

Ik begreep die angst niet zo goed, totdat ik in 2015 meedeed aan Giro di Kika. Mijn teamgenoot Jessica besloot bij aankomst bovenop de Zoncolan met de auto mee naar beneden te gaan. De afdaling was steil (lees: met stukken van 27%), bochtiger dan Alpe d’Huez, en het was 35 graden. Achteraf bleken er al meerdere deelnemers onderuit te zijn gegaan, maar dat wist ik op dat moment nog niet. En of het me tegen had gehouden… Ik kon dit wel.

Vol vertrouwen stapte ik op de fiets voor de afdaling. De vele koeienvlaaien maakten dat ik vrij regelmatig (lees: veel te veel) remde, om niet in één keer heel hard te hoeven remmen. Degene die achter me reed in de auto, vertelde me na mijn val nog dat hij vond dat ik zo netjes en voorzichtig afdaalde. Misschien té voorzichtig? Hoe dan ook, op een gegeven moment hoorde ik ‘iets raars’ bij mijn wiel. Ik stopte om te kijken, maar zag niets raars aan mijn band. Het was niet opgekomen om eens aan mijn velgen te voelen. (Al had ik me op dat moment misschien al wel aan verbrand). Ik fietste verder, toen ik ineens na een ‘psssssh’ hard tot stilstand kwam. Gelukkig ging ik op dat moment nog geen 25 kilometer per uur, maar toch kreeg ik heel even mijn stuur in mijn maag. Uit een reflex werkte ik mijn lijf en fiets naar de grond, waarmee ik een koprol voorkwam.

Vertrouwen in mijn racefiets

De schade aan mijn lijf viel uiteindelijk mee. Ik had een diepe schaafwond aan mijn linker-elleboog en mijn buikspieren stonden de dag erna flink strak. Mijn fiets had op dat moment nog een extra laklaag van plastidip, waardoor er geen schade aan de lak eronder was. Mentaal was de impact echter enorm. Het vertrouwen in mijn racefiets was totaal weg. Ineens besefte ik me dat ik eigenlijk geen idee had wat ik deed als ik afdaalde en hoe mijn fiets daarop zou kunnen reageren. Natuurlijk had ik wel eens wat tips gehad, zoals ‘Niet remmen in de bocht’. Ook had ik geleerd dat mijn achterwiel kon gaan slippen als ik (hard) remde met alleen met achterrem. Het enige wat ik daarvan leerde is dat remmen gevaarlijk is. ‘Remmen is angst’, wordt er dan ook vaak geroepen. Maar hoe moest het dan wel?

Opnieuw leren afdalen

Wielrennen afdalenNog geen drie maanden na die klapband besloot ik het weer te proberen tijdens Tour for Life. De eerste afdaling die ik aandurfde was de relatief gemakkelijke afdaling van de Grand Ballon. Ondanks wat tips van een trainer zat ik niet bepaald relaxt op de fiets. Ik daalde af met een groep, maar al snel raakte ik ze kwijt. De afdaling stelde niks voor, maar ik stond stijf van de angst. Vooral het nemen van bochten, gecombineerd met remmen, vond ik eng. Als ik te hard door een bocht ging, kon ik eruit vliegen, maar als ik te hard remde, dan kon mijn band klappen. Ik had een lange weg te gaan…

Ik begon met een clinic afdalen met Team Chickfietst op de Posbank. Dat ging wel ok, maar echt genieten kon ik niet. Het jaar erna (juni 2016) fietste ik voor het eerst weer in de bergen met tijdens de Team Chickfietst Fietsweek in Frankrijk. Tijdens een afdaling in de regen was ik als eerste beneden. Ik durfde weer wat te vertrouwen op mijn racefiets, mede dankzij mijn Continental 4-season banden. Maar oh wat was ik blij dat ik weer heel beneden was. Hetzelfde gebeurde in september 2016, toen ik op een te grote huurfiets (lees: te breed stuur en te lange bovenbuis) door Andalusië fietste. De afdalingen waren soms supersteil en het was ook nog eens bloedheet. Regelmatig stopte ik om te voelen hoe warm mijn velgen waren, en meer dan eens stapte ik af om het laatste stukje van een steile afdaling te lopen. Het vertrouwen was nog lang niet terug…

Beter wielrennen door te mountainbiken

Het afgelopen weekend fietste ik met 9 meiden van Team Chickfietst door de Eifel, wederom om te werken aan het afdalen. Afgelopen herfst ben ik begonnen met mountainbiken. (Ok, ik had hem al een jaar langer in huis, maar hier op de Veluwe komt ‘ie pas echt goed tot zijn recht). Hierbij gebruikte ik de vaardigheden die ik tijdens de Team Chickfietst Clinics van trainer Harmen leerde regelmatig. Juist ja, op mijn mountainbike leerde ik mijn racefiets weer beheersen.

Als vanzelf wist ik weer hoe ik mijn mountainbike moest sturen. Als kind had ik dit geleerd in het bos achter ons huis en in de 1,5 jaar dat ik BMX trainingen en wedstrijdjes deed. Harmen had me meerdere keren geleerd dat ik mijn lijf moest gebruiken bij het sturen, maar op de mountainbike leerde ik het pas echt weer. Ik koos o.a. voor een 27,5 inch mountainbike vanwege de wendbaarheid. Draaien, keren, op en af; dat is wat ik het liefst doe op mijn mountainbike. Als je dat doet, dan móet je jouw mountainbike wel onder controle hebben.

Van Harmen leerde ik ook om altijd door te trappen, zelfs – of beter gezegd: juist – als ik remde, en om ver voor me uit te kijken in de richting waar ik naartoe wilde. Tijdens één van mijn eerste afdalingen op het steile mountainbike parcours in Zoetermeer, slipte ik met mijn wiel. Toen ik het rondje daarna mijn verzet zo zwaar mogelijk zette en bleef trappen, bleef mijn achterwiel strak op de grond. Ik vond en vind het nog wel doodeng hoor, die steile afdalingen op de mountainbike. Maar op de racefiets heb ik er zeker profijt van!

Wielrennen met controle

Het afgelopen weekend was het dan zover: ik ging met Team Chickfietst een weekend lang klimmen én afdalen in de Eifel. De Eifel bleek dé perfecte plek om weer plezier te krijgen in afdalen. De meeste afdalingen zijn lang en niet té bochtig. Dat je als je blijft trappen als een blok op de weg ‘ligt’, bleek al kort vóór het weekend. Toen ik op mijn racefiets door de stad fietste, besloot een jongen ineens linksaf te slaan terwijl ik hem inhaalde. Ik voelde zijn arm tegen mijn arm, en zijn stuur tegen mijn ribben… maar ik bleef zitten! Op een parkeerplaats deed Harmen het nog eens voor door de meiden te vragen hem om te duwen terwijl hij doortrapte en daarna terwijl hij zijn benen stil hield. Wat een verschil!

Één van de volgende oefeningen was het ‘door de bocht duwen’ van je fiets. Je stuurt dan je racefiets met je bovenlijf door een bocht. Hierbij blijft je bovenlijf rechtop, je armen schuin opzij in de richting van de bocht en je racefiets schuin(er) die bocht in. Een oefening die ik al vaker had gedaan met Harmen, maar in de eerstvolgende afdaling viel het kwartje. De bochten waren niet enorm scherp; ideaal om te oefenen dus. En daar ging ik dan. Zachtjes zei ik bij elke bocht tegen mezelf ‘buiten-binnen-buiten’. Door de bocht aan de buitenkant te beginnen en vervolgens naar de binnenkant van de bocht te sturen, werd de bocht ‘minder rond’. Vlak voor de bocht zag ik de ideale lijn in mijn hoofd en duwde ik mijn fiets als het ware over die lijn.

Blij met eindeloze bochten

Ja leuk, zul je denken, maar je kunt toch niet elke bocht al helemaal doorkijken. Klopt! En dat vind ik dan ook gelijk de engste bochten. Van die blinde bochten, waarbij je van tevoren niet weet hoe lang ze door gaan. Als zo’n bocht dan langer bleek te zijn dan verwacht, raakte ik al licht in paniek. Zou ik er door de toenemende snelheid niet uitvliegen? Zou ik zonder remmen – want: remmen is gevaarlijk in een bocht – mijn fiets wel in de bocht kunnen houden? Ook dit weekend kwam ik af en toe zo’n bocht tegen. Bij de eerste voelde ik de knoop in mijn maag al. Maar toen gebeurde er iets bijzonders: ik was de baas over mijn fiets! Ik duwde mijn fiets over de lijn die ik in mijn hoofd had. Ik keek vooruit de bocht in, over diezelfde lijn. Daar wilde ik naartoe. Daar moest mijn fiets heen. En daar ging mijn fiets heen! Wat gaf het een kick om te weten dat ik niet meer zo bang hoefde zijn voor de onvoorspelbaarheid van mijn racefiets. Ik wist hoe mijn fiets ging reageren, want ik was degene die dat bepaalde. (En nu ik dat schrijf bedenk ik me dat zeker op je fiets zitten misschien ook wel voor 50% mindset is…). Ok, de steile afdaling vol haarspelden ging ik nog niet zo enorm ontspannen af, maar ik haalde in ieder geval alle anderen in ;-)