Van stoere snelle chick naar angsthaas
De nasleep van mijn val op Monte Zoncolan

Vanaf het moment dat ik begon met fietsen was ik dol op afdalen. Die snelheid, tot een kilometer of 70 per uur vond ik het heerlijk. Tijdens Tour for Life was ik telkens bijna gelijk met de mannen beneden. Tot ik twee maanden geleden tijdens Giro di Kika ten val kwam tijdens de pittige afdaling van Monte Zoncolon. Ik had een klapband gekregen door oververhitte velgen. Kan gebeuren in zo’n afdaling, sterker nog ik was zeker niet de enige die dag. Ik fietste door, maar toch zat het daarna niet helemaal lekker meer met afdalen. Tijdens de eerste afdaling – van de Passo Giau met 29 haarspeldbochten – stopte ik toch twee keer onderweg om aan mijn velgen te voelen. Waar ik de afgelopen drie jaar als één van de snelste vrouwen naar beneden zoefde, was het onfeilbare vertrouwen in mijn fiets ineens weg…

Terug in Nederland werd ik niet vaak met afdalingen geconfronteerd, maar nu ik weer met mijn fiets naar Italië ging moest ik er aan geloven. Tenminste, dat vond ik zelf. Als begeleider van een Tour for Life team hoef ik niet per se af te dalen, maar ik wilde de confrontatie zo snel mogelijk opzoeken. Alleen al als ik dacht aan afdalen kreeg ik kriebels in mijn buik. Ik besloot Tour for Life wielertrainer & afdaalexpert Paul van Dam een berichtje te sturen. Ik ken Paul al een paar jaar en hij erbij op Monte Zoncolan. Als er iemand is die ik vertrouwde met mijn angst, dan is hij het. Hij reageerde heel relaxed: ‘Natuurlijk wil ik je helpen. Ik kan me voorstellen dat het spannend is’.

En zo gebeurde het dat ik op een zonnige zaterdagochtend in Italië níet één van de bergen in de omgeving op fietste, maar rondjes fietste over een parkeerplaats. Ja echt. Goed afdalen begint namelijk bij de basis; je balans op de fiets. Ik leerde over mijn schouder kijken en, warempel, ik kon in eens veel kortere bochten draaien. Een overwinning. Toen dat eenmaal onder knie was, begonnen we aan de kern van het probleem: remmen. De gedachte dat je velg door (verkeerd) te remmen zo heet kan worden dat de binnenband knapt lag als een blok in mijn maag. Paul benoemde die spanning en nam het serieus zonder er verder over te oordelen. Uiteindelijk leerde hij me kort en heftig te remmen (kort, hard je rem in knijpen dus) en daarbij door te trappen zodat ik grip op de weg zou houden. Zou ik dan niet slippen? We probeerden het op een klimmetje van 2-3%. Ik slipte een keer licht en vroeg hoe het kwam. Hij vertelde me dat ik dan onvoldoende druk op de pedalen hield. Nog een keer. Het werkte! Na afloop ging ik ’s middags in mijn eentje dat heuveltje wel tien keer op en af. Het vertrouwen kwam langzaam terug.

Wie nu denkt dat het daarmee klaar is, heeft het mis. Ja, ik ben echt zo’n watje 😉 Morgen staat een klein stukje afdaling van de Galibier op het programma, en ik heb die afdaling toch stiekem al even geïnspecteerd. Gelukkig ga ik het eerste weekend na Tour for Life naar Luxemburg met nog zo’n afdaalexpert, Harmen Scholtalbers. In Luxemburg zijn de afdaling iets korter, maar wel nog steeds redelijk geleidelijk. Perfect om te oefenen en vooral om weer vertrouwen terug te krijgen. Want daar zit ’t hem vooral in: vertrouwen in mijn fiets, en in mijn eigen vaardigheden. En dat lukt het best onder begeleiding van mensen die de tijd voor je nemen en je angst niet veroordelen. Eigenlijk is het ook best gek. Toen ik nog bmx-te was elke training een technische training. We roepen altijd hoeveel beter we technisch gezien worden van mountainbiken & bmx-en, maar hoe vaak doen we nu eigenlijk een technische training op de racefiets? We doen af en toe een clinic, maar vaker gaan we ‘gewoon fietsen’ om ons voor te bereiden op fietsen in de bergen. Ik denk dat ik in ieder geval eens wat vaker op de fiets stap om wat basisoefeningen te doen in plaats van kilometers te maken!