Gisteren zag ik een huilende Australiër net te laat over de streep komen. Zakkari Dempster was iets meer dan een halve minuut te laat en mocht daarom niet meer meedoen aan de Tour de France. Volgens de pers was hij ‘ontroostbaar’, ook omdat zijn Tour op zo’n onterechte wijze eindigde. (Hij zou gehinderd zijn door het publiek). Deze beelden brachten me terug naar de eerste dag van de Giro di Kika, naar de Stelvio om precies te zijn. Ook ik mocht het niet afmaken…

Vol trots presenteerde ik begin deze week het Stelvio t-shirt. De Stelvio, de berg waar het allemaal om draaide, de berg die ik echt nog eens moest beklimmen. Maandenlang werkte ik naar dat ene moment toe. Zesentwintig kilometer lang klimmen, achtenveertig bochten. Nog voor vertrek liet ik een shirt maken met daarop groot ‘48’. Want ik zou de top halen, hoe dan ook. Maar het werden er maar 45…

De beklimming van de Stelvio was zwaar. Al op de weg er naartoe merkte ik dat de hitte me flink parten speelde. Het tempo zakte regelmatig terug. Toch fietste ik gestaag door. Elk half uur stopte ik kort om mijn zwakke onderrug te ontspannen en dan ging ik gauw weer door. Onderweg zag ik renners een koel plekje zoeken om bij te komen, er waren er zelfs die het voor gezien hielden. Ik niet, ik ging die top halen.

Ik kwam dichterbij. Voor me doemde een rotswand op waar de weg kronkelend langs omhoog liep. Ik kon de top al zien! Bocht na bocht na bocht legde ik af. Een korte stop voor een foto en weer door. Ik was zo dichtbij. Van de tijd had ik geen besef, maar niets wees erop dat het te laat was. Na een korte plaspauze begon ik aan de laatste zes bochten. Kort daarna kwam er een motoragent langs. ‘Doorfietsen. Als de bezemwagen langs komt dan ga je erin’. Wat? Nee! Niet gelovend wat de motoragent zojuist gezegd had bereikte ik de vierde bocht voor de top. Ik zag mijn vriend al die bovenaan op me wachtte. En toen was daar de bezemwagen. Ik probeerde er nog omheen te fietsen, maar ik werd van mijn fiets getrokken. Hup, in de bus.

Ontroostbaar was ik. En ook heel erg boos. Na een goed gesprek met de organisatie bleek dat dit niet had mogen gebeuren – ik was immers niet te laat en daarnaast had ik het bereiken van de top best in willen ruilen voor het niet afdalen van de berg als die keuze me was gegeven – maar het leed was al geschied. Ik had de top van dé Stelvio, waar ik maanden naartoe had geleefd, niet behaald. Ja, ik mocht toch weer opstappen in bocht 1. Ja, ik had zeker 25 van de 26 kilometer wel gefietst. Maar de wielrenner in mij had gefaald.

In eerste instantie heb ik dan ook niets verteld over deze ervaring. Ik schaamde me. Even voelde ik me weer dat kind dat als laatste werd gekozen tijdens de gymles. Het moment van Dempster maakte iets in mij los. Ik moest erover schrijven, anders zou het me blijven achtervolgen. Het voelde gewoon niet goed om trots rond te lopen met een shirt met daarop 48 bochten, terwijl ik wist dat het er voor mij maar 45 waren. Falen hoort ook bij de sport. Het is de kant van de medaille die we vaak niet zien. We zien alleen de mooie momenten, de overwinningen. Maar hoeveel van ons strijden niet dagelijks tegen ons eigen lijf en winnen dat gevecht níet. En toch gaan we elke keer weer door, al overwinnen we alleen onszelf maar de volgende keer, of de keer erna. En daar gaat het om.

Zakkari Dempster, die mocht vandaag weer opstappen. Helaas viel hij onderweg toch nog uit. Maar ik weet zeker dat dit niet de laatste keer is dat hij zijn fiets aanraakt. En ook ik ben, ondanks dat ik er op dat moment echt even helemaal klaar mee was, de volgende dag weer opgestapt. En die tweede etappe van de Giro di Kika, de allerzwaarste, reed ik ‘gewoon’ uit! Een overwinning op mezelf die het falen van de dag ervoor deed vergeten. Nou ja, bijna dan…

PS Ik wil de organisatie van dit prachtige evenement niet in een verkeerd daglicht stellen. Ik wil dan ook benadrukken dat zij hier echt niets aan konden doen, dat dit buiten hun weten om is gebeurd en dat zij maatregelen nemen om dit in de toekomst te voorkomen.