Ik ben het zat. Of beter gezegd, ik ben ze zat. De haantjes. Gisteravond reed ik weer zo’n rit waarna ik het helemaal zat was. Ik fiets graag met mannen. Al is het maar omdat de gesprekken met mannen gewoon net even wat anders zijn. Maar sommige mannen…

Je kent het misschien wel. Je besluit eens een ritje te rijden met anderen dan je vaste fietsmaatjes. Omdat het zo leuk is om andere mensen te leren kennen, om eens een andere route te rijden en omdat het wel eens leuk is je grenzen te verkennen. Om niet te ver over je grenzen te gaan spreek je een gemiddelde af dat voor iedereen haalbaar is en nog steeds leuk genoeg is voor de wat sterkere renners. En dan zie je ze aan de start staan. De haantjes. Strak in het pak, gebruinde én geschoren benen en een fiets waar jij alleen maar van kunt dromen. Mijn voormalige werkgever – zelf een haantje – heeft me hier eens een andere mooie term voor geleerd: de aap op de rots, ofwel het alfa-mannetje.

Mijn eerste ervaring met dit fenomeen – althans de ervaring die is blijven hangen, want de meeste vergeet ik graag weer snel – was in mijn studententijd. Na drie maanden stil te hebben gezeten door een blessure ging het eindelijk weer een beetje. Dus toen er een ritje voor beginners werd georganiseerd, ging ik er vol enthousiasme weer voor. Totdat we met 30+ kilometer per uur de Kennedybrug opsjeesden…. En nee, dat was niet even een kort sprintje om warm te draaien, het bleef bij dit tempo. Assertief als ik ben heb ik na afloop toch even laten weten dat een ritje met een gemiddelde van 27,5 door de Belgische heuvels nou niet bepaald een beginnersrit was. De reactie: anders was het niet leuk voor de wedstrijdrenners…. Trauma nummer 1.

Kort daarna fietste ik een meerdaagse toertocht. En ja hoor, daar dook er weer eentje op.  Een rasechte aap-op-rots. Het nadeel van deze apen op rotsen dat ze vaak overheersen over de rest. Oftewel, de rest volgt vaak zonder iets te zeggen. Daarmee de ‘zwakkeren’ – want ben je echt zwak als je maar 25 km per uur kunt rijden? – achter latend. Trauma nummer 2 was dan ook snel geboren.

Gelukkig zijn er altijd nog échte mannen. Mannen die op zo’n moment je hun wiel aanbieden en je bemoedigend toespreken. Mannen die zorgen dat je toch weer aan kunt haken. Mannen die er namens jou wat van zeggen tegen de haantjes. Kortom, mannen die wel weten wat sociaal gedrag is. Dit blog draag ik dan ook op aan deze mannen. Zonder jullie zouden wij vrouwen het nooit meer aandurven. En zouden jullie ons gezelschap moeten missen 😉 (Alhoewel dat soms wel beter is: gisteren hield één van de mannen namelijk een schaafwond over van het moment waarop er een vrouw naast hem kwam fietsen – totaal afgeleid). Bedankt dat jullie er zijn mannen!

 

PS Als je je boos maakt kun je trouwens wel ontzettend hard fietsen 😉