Uit het archief: 02-10-2014

Als geintje van wielrenners onder elkaar kreeg mijn vriend voor zijn verjaardag een fietsbel. Als geintje, want je denkt toch zeker niet dat hij die echt op zijn fiets gaat monteren. Dat bleek ook uit het gesprek dat ik daarna met één van zijn fietsende vrienden had over dit schijnbaar controversiële item. Een fietsbel op je fiets, dat is echt ‘not done’. Hoeveel irritante – en soms zelfs gevaarlijke – situaties het ook oplevert,  DIE-BEL-GAAT-NIET-OP-ZIJN-FIETS…. #zucht

De ernst van de mannelijke aversie tegen ‘de fietsbel’ werd me voor het eerst duidelijk toen ik mijn eerste racefiets ging kopen. Op dat moment was ik nog totaal onbewust nog van alle ‘regeltjes’ binnen het wielrennen; ik kocht een racefiets omdat ik graag wilde fietsen in Limburg waar ik toen woonde en het me niet lukte om met mijn omafiets een flinke heuvel op te fietsen. Ik was nog soort van ‘tabula rasa’ binnen het wielrennen. Een staat waarin het woord soigneren nog niet in mijn woordenboek voorkwam. (Dit veranderde snel toen ik de fietsende liefde van mijn leven tegenkwam…).

Bij het kopen van mijn eerste fiets vroeg ik dus geheel onwetend aan mijn broertje de fietsenmaker om een bel op mijn fiets monteren. “Weet je het zeker?”, vroeg hij. Met glazige ogen keek ik hem aan. Wat moest ik zeker weten? Ik wilde gewoon een bel op mijn fiets? Mijn broertje vertelde dat ‘al die wielrenners’ – hij is duidelijk géén wielrenner – geen bel op hun fiets willen in verband met het gewicht. ‘Ja, natuurlijk wil ik een fietsbel’, zei ik vervolgens.

Tijdens de eerste fotoshoot voor Chickfietst eerder dit jaar werd de relatie tussen ‘de wielrenner’ en ‘de fietsbel’ wederom duidelijk. Voor de eerste foto genomen werd begon mijn vriend ineens mijn fietsbel van mijn fiets te schroeven. Enigszins verbaasd vroeg ik hem “Wat doe jij nou?”. Waarop hij zei dat dat ding niet op mijn fiets hoorde. ‘De fietsbel’ was blijkbaar niet gesoigneerd genoeg. En nu we toch bezig ware, de trapper van mijn fiets moest ook recht naar beneden op de foto. Waarop ik hem vriendelijk doch duidelijk heb verzocht om heel gauw van die fietsbel af te blijven.

Hoewel meneer dus echt geen fietsbel op zijn fiets wil hebben kijkt hij steevast wel even naar mij als hij ergens voorbij wil als we samen aan het fietsen zijn. Zo van, bel jij even. De functie van de fietsbel is blijkbaar toch wel duidelijk… De laatste tijd vertik ik het dus om voor hem te bellen. Ik bel pas als hij er al voorbij is. Dat dit resulteert in boze bompa’s en bomma’s en wilde escapades door het gras maakt hem niets uit. DIE-BEL-GAAT-ECHT-NIET-OP-ZIJN-FIETS.

Wij vrouwen doen dus niet aan die onzin. Waar ik ook fiets, de vrouwen waar ik mee fiets hebben gewoon een bel op hun fiets. Wij weten namelijk wel beter. Alsof je zoveel harder gaat fietsen omdat er geen bel op je fiets zit. Als je echt harder wilt gaan dan train je maar een beetje harder. Of zoals mijn oom zegt: “Je kunt beter een paar kilo afvallen dan een lichtere fiets kopen”.

Ook de NTFU probeert de laatste tijd met de campagne “Een echt wielrenner laat van zich horen” de discussie over o.a. het gebruik van de fietsbel weer op gang te krijgen. Met deze campagne hoopt de wielersportbond  de wielrenners bewuster te maken van hun gedrag. Om het imago van de wielrenner te verbeteren moeten de wielrenners elkaar meer aanspreken op hun gedrag. Ik hoop dat ik met mijn blog de discussie over een klein deel van de dit gedrag kan stimuleren. Ondertussen fiets ik gewoon vrolijk verder, mét mijn fietsbel 😉