Het afgelopen weekend heb ik de binnenband en buitenband van mijn mountainbike vervangen voor mijn fietsreis. Nu zou je zeggen dat dit met bijna vijf jaar fietservaring een makkie is voor mij. Maar niets is minder waar! Vooral (het laatste stukje van) de buitenband kan dit klusje behoorlijk lastig maken. Vandaag geef ik je vier tips, zodat jij straks niet staat te klungelen aan de kant van de weg.

1. De buitenband: vouwband of draadband

Als je voor het eerst een nieuwe buitenband gaat kopen, sta je misschien even met je mond vol tanden. Voor welke band moet je nu kiezen? Naast de verschillende kwaliteiten buitenbanden, kom je dezelfde buitenband vaak in twee variaties tegen: de vouwband en de draadband.

Als je in een fysieke winkel bent, zul je zien dat de draadband als de ronde vorm van je wiel heeft en de vouwband niet. De draadband dankt zijn naam aan de staaldraad in de rand. Dit is het goedkoopst, maar ook het meest stug. Hierdoor is het met dit type buitenband het lastigst om de buitenband weer over je velgrand te krijgen als je je binnenband hebt vervangen nadat je hebt lek gereden. In de rand van een vouwband zitten kevlarvezels. Dit materiaal is sterk én soepel(er) tegelijk. Je ziet het al aan het feit dat deze band wél opgevouwen kan worden. De vouwband krijg je dan ook een stuk makkelijker over de velgrand.

Let op: er zijn nog een aantal aspecten die een verschil kunnen maken. Zo krijg ik de buitenband van mijn mountainbike bijna zonder bandenlichters over de velgrand, omdat deze simpelweg een stuk breder is. Hoe smaller een band, hoe meer spanning erop staat. Dit verschil is echter weer te verwaarlozen tussen een 23 en 25 millimeter band. Daarnaast heb ik voor mijn fietsreis gekozen voor een supersterke vouwband (de Schwalbe Marathon Supreme Evo HD Speedguard), welke zo stug is dat hij bijna niet lek te rijden is. Maar als mijn binnenband lek is, dan heb ik wel een hell of a job om hem mijn kleine, niet zo gespierde handen er weer op te krijgen. (Later in dit blog nog een paar tips om een stugge buitenband toch weer op de velg te krijgen).

2. Vervang je buitenband regelmatig

Het vervangen van mijn banden is nog altijd niet mijn hobby. En ik ben niet de enige vrouw die daar zo over denkt, als ik de andere meiden in de Fietschicks Community mag geloven… Ik ben daarom al vrij snel overgestapt op de wat duurdere banden voor mijn racefiets. (Op dit moment ben ik helemaal fan van de Grand Prix 4 Season band van Continental, daarvoor reed ik op de Grand Prix 4000S).

Daarnaast vervang ik mijn buitenband elk jaar (na zo’n 5000 kilometer dus). Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik heb nog nooit (!) een lekker band gehad onderweg. En daar gaat het bij mij dus ook mis! Want als je bijna nooit je band vervangt, sta je dus mooi met je mond vol tanden als dat ineens wel moet. Daarnaast worden de randen van je banden ook wat soepeler van het verwisselen. Oefenen dus!

3. Gebruik een bandenknecht

De afgelopen vijf jaar heb ik in totaal maar één keer een lekke band gehad, en dat was toen ik mijn racefiets uit de schuur wilde halen voor een ritje. Het eerste wat ik deed was Kelian roepen, want ondanks al die clinics en ladies night, wist ik het niet meer. Ik keek natuurlijk goed naar alles wat hij deed.

“Buitenband eraf met bandenlichters (begin tegenover het ventiel, want bij het ventiel zit de meeste spanning), binnenband eruit, buitenband met één rand in de velg leggen, (nieuwe) binnenband een klein beetje oppompen, binnenband er weer in, bij het ventiel beginnen met de buitenband, tot dat ene cruciale moment…”.

BandenknechtEigenlijk is er (voor mij) maar één probleem bij het verwisselen van een lekke band: dat laatste stukje! Zelfs met vouwbanden blijft het lastig. Maar toen liep Kelian naar de hoek van de schuur en pakte hij een soort bandenlichter in de vorm van een pompje. Hij zette de ene kant op de buitenste velgrand en met het grijpertje aan de andere kant wipte hij de band er zo op. Dat is handig! Je raadt het al, dat dingetje – een bandenknecht, weet ik nu – gaat tegenwoordig gewoon mee als ik alleen op pad ga. Helaas werkte hij het afgelopen weekend niet bij mijn nieuwe ‘fietsreisbanden’; nieuwe banden zijn soms gewoonweg veel te stug. Je kunt dan beter eerst ‘masseren’ en/of eventueel de hulp inroepen van iemand met sterkere handen.

4. Gebruik je handen

Kom je er ondanks voorgaande tips toch nog niet uit, dan zit er maar één ding op. Je moet je handen gebruiken. Ik háát het, en ik bak er eerlijk gezegd ook nog steeds niet van. Toch gaat het steeds een beetje beter, dankzij de tips van Kelian. Hierbij een paar fotootjes om je te helpen:

Allereerst kun je beginnen met het wiel voor je te zetten, zoals op de hoofdfoto bij deze blog. Je werkt dan van je af, en niet te ver van je af, waardoor je de meeste kracht kunt zetten. Je kunt de band dan stukje bij beetje (met je duimen of de muis van je hand) over de velgrand drukken. Let er daarbij wel op dat je als je concentreert op één kant, de andere kant wel vasthoudt. Anders floept hij er aan de andere kant zo weer uit, net als je zo trots bent dat het je aan de ene kant is gelukt. Deze techniek werkt bij mij eerlijk gezegd nog niet echt geweldig, maar Kelian zweert erbij. (Ik houd m’n wiel liever zoals op onderste plaatje en trek het laatste stukje er dan op).

Vervangen fietsbandAls je bij dat vervelende laatste stukje aan bent gekomen, kun je de band omdraaien zodat dat stukje het verst van het af is. Dan plaats je je handen over de buitenband en masseer je de band als het ware een beetje in de richting van dat laatste stukje. (Je doet dit door van je af te bewegen, zoals op de foto. Niet iedereen is hier lenig genoeg voor, maar ik vind dit wel de fijnste manier omdat ik meer controle heb over de band als ik duw. Er zijn echter ook mensen die zweren bij trekken / naar je toe werken. Het is dus ook een kwestie van de manier vinden die voor jou het fijnst is).

Door te ‘masseren’ krijgt de buitenband onderin meer ruimte om wel over de velg te kunnen. Wat je eigenlijk doet bij dat masseren is het naar binnen drukken van de rand van je band, ofwel je duwt hem voorzichtig naar het midden van de velg. De velg is daar namelijk dieper, waardoor de buitenband meer ruimte over houdt bij dat vervelende laatste stukje. Ook deze techniek moet je even onder de knie krijgen, maar als je het eenmaal doorhebt, dan werkt het wel. Let wel op dat je niet zo hard duwt, dat je je binnenband plet tussen de velg en de straat. Ik laat het vaak op mijn voeten rusten, dan ligt ‘ie wat zachter.

Lekke band verwisslenNu is mijn band niet zo enorm stug, dus als ik hem even bewerkt heb, dan kan ik het laatste stukje vaak wel met mijn handen over de velgrand krijgen. (Dat lukte echter zeker niet met die nieuwe band het afgelopen weekend). Ik neem de band dan wederom op mijn tenen, met het laatste stukje het dichtstbij mij. Ik trek de band dan naar mij toe over de rand. Begin ook hierbij zo dichtbij het stukje van de band dat nog wel over de velgrand is gegaan als mogelijk. Pak de bandenknecht erbij als dit niet lukt. (Of gebruik hem gewoon gelijk als je dat makkelijker vindt).

Let er tot slot aan het eind op dat je ventiel goed zit. Duw daarom nadat je de buitenband gemonteerd hebt het ventiel even naar binnen, zodat de buitenband er echt goed omheen zit. Doe je dit niet dan kun je last krijgen van ‘bobbels’. Of erger nog, een klapband, en geloof me, dat wil je niet meemaken. (Al had mijn klapband een andere oorzaak…).

PS Vind je mijn fietsjasje ook zo tof? Dat jasje kun je hier bestellen!