‘Oh nee, mijn fiets’. Terwijl ik door de lucht vlieg is dat de eerste gedachte die door mijn hoofd gaat. De Haagse ballerina die zojuist haar Fiat 500 zover de straat uitstak dat ik moest uitwijken en over de gladde tramrails onderuit ging, stapt uit. ‘Ik deed het niet expres’, zegt ze. Haar woorden dringen nauwelijks tot me door. Vluchtig bekijk ik alle onderdelen van mijn fiets. Mijn nieuwe fiets. Amper twee weken oud en nu al de eerste schuiver te pakken. Au.

Na een paar dagen flink verkouden te zijn geweest stap ik vandaag weer op de fiets voor een rustig ritje. Ik moet langs een winkel aan de andere kant van de stad en besluit hier op de terugweg nog even langs te gaan. Normaal vermijd ik de stad zoveel mogelijk op de racefiets, maar de winkel ligt aan de rand van de stad dus ik besloot het erop te wagen. Het is maar een kilometer, één rechte weg. Het begint te regenen. Hopelijk ben ik er snel. Dan komt er vanuit een straat een vrouw van een jaar of 60 met geblondeerd haar in een Fiat 500 rijden. Een echte Haagse ballerina. Ze rijdt zover over de haaientanden dat ik uit moet wijken. Ik probeer nog zo behendig mogelijk om de tramrails te sturen – normaal gaat het altijd goed – maar helaas gaat het mis. Ik maak een schuiver en land op mijn dijbeen.

Beduusd en met trillende benen sta ik een paar seconden later alweer op mijn benen. Mijn fiets! In een waas van adrenaline roep ik nog naar de vrouw dat ze wel wat verder naar achter had kunnen staan. Achteraf had ik misschien haar gegevens moeten vragen, maar op het moment zelf is mijn fiets alles wat telt. De jongen die naast de vrouw stond te wachten komt naar me toe om te kijken of alles ok is. ‘Is dat carbon?’, vraagt hij. ‘Ja’, zeg ik terwijl ik een grijns van trots probeer te onderdrukken, ‘en hij is net gespoten, maar de beschermlaag zit er nog niet op’. Gelukkig doet alles het nog en zijn er alleen wat kleine beschadigingen aan mijn pedalen, snelspanner en zadel te ontdekken. Mijn nieuwe zadel waar geen testzadel van was, maar wat ik als ik het netjes hield wel terug mocht brengen…

Eenmaal bij de winkel aangekomen bel ik mijn vriend. Even overweeg ik hem te vragen om me te komen halen. Met de auto doet hij er echter zoveel langer over dan met de fiets en bovendien, hoe eerder je weer opstapt hoe beter. In de winkel vertel ik nog een keer mijn verhaal. ‘Hoe gaat het met jou?’, vraagt de verkoopster. Dit is al de derde persoon die dit vraagt, maar de vraag dringt nu eigenlijk pas door. Ik ben zo bezig met mijn fiets dat ik de pijn in mijn dij vergeet. Gelukkig blijken mijn ‘powerdijen’ ook uitstekende stootkussens en valt de pijn mee. Op de terugweg fiets ik toch net wat voorzichtiger en rem ik eerder af wanneer er onverwacht een auto opduikt. Bij thuiskomst inspecteren we nog een keer mijn fiets. Gelukkig, het valt echt mee. De volgende keer ga ik gewoon weer door de duinen! (Hoewel het daar soms ook levensgevaarlijk is met al die elektrobejaarden).

PS Is carbon ook jouw best friend dan is dit t-shirt echt iets voor jou!