Wat als ik mijn fiets gewoon in de schuur laat staan? Wat als ik pas weer ga fietsen als ik er echt weer zin in heb? Nadat ik in zes dagen 1.000 kilometer door de Dolomieten had gefietst, heb ik mijn fiets zonder in de schuur gezet en daar stond hij twee weken later nog. Met de Italiaanse modder nog onder mijn zadel – ik weet het dit is niet goed voor mijn fiets, noch voor mijn lijf – stond hij daar wachten tot ik weer zou verschijnen. Hoe lang zou het gaan duren…

Giro di Kika
Iets meer dan een jaar geleden besloot ik mee te doen aan Giro di Kika. Op mijn dertigste verjaardag besefte ik me hoe bijzonder het was dat ik gezond en wel deze leeftijd mocht bereiken en wenste dat alle kinderen deze mooie leeftijd kunnen bereiken. Ik zou dit doen door mijn passie in te zetten: fietsen! Zo gezegd, zo gedaan. Al fietsend haalde ik meer dan 2500 euro op voor Kika en aan het eind van dit jaar wachtte daar de beloning: een week fietsen door de Italiaanse Dolomieten. Een heftige week volgend op een heftig jaar. Zo intens dat ik de eerste week na afloop alleen maar onder mijn dekbed wilde kruipen.

Overtraind
Na afloop van die week kon ik geen fiets meer zien. Even was ik bang dat ik mijn passie was verloren. Een jaar lang had ik keihard getraind. In datzelfde jaar was ik gestart als ondernemer. Ondernemen is misschien wel mijn grootste passie, maar het betekent ook keihard werken en regelmatig een flinke dosis stress. Niet de beste combinatie met keihard trainen. In de loop van de lente merkte ik dat ik weliswaar wel iets sneller werd, maar tegelijkertijd ook steeds vermoeider. Zo moe dat ik steeds meer met tegenzin ging trainen. Ik nam een week rust, maar ook daarna bleef het moeizaam gaan. Ik vroeg me wel eens af of ik niet lang overtraind raakte, maar stopte dat dan snel weer weg. Want die Giro di Kika kwam eraan en die moest ik hoe dan ook fietsen. Gelukkig kwam ik vlak voor de Giro tot rust aan het Comomeer en stond ik toch nog uitgerust aan de start, maar mijn conditie en gewicht stonden niet zo scherp als ik had gehoopt.

Haal de moet eruit, houd de moed erin
Eenmaal thuis sprak ik met mezelf af dat het even niet meer hoefde. Zoals een wijze fietschick regelmatig roept: ‘Haal de moet eruit, houd de moed erin’. De fiets bleef in de schuur en ik voelde me daar totaal niet schuldig over. Toch kwam er na anderhalve week een stemmetje boven dat zei dat dit niet te lang kon duren. Ik at in die twee weken alles wat los en vast zat en daar ging ik me ook niet beter door voelen. De angst dat ik weer veel te zwaar zou worden kwam boven. Toen iemand voorstelde om onze telefonische meeting naar de fiets te verplaatsen, besloot ik dat dat een mooie stok achter de deur was om weer op de fiets te stappen.

Geen zin, wel fietsen
Uiteindelijk stapte ik nog voor die afspraak weer op de fiets. Het was weekend, de zon scheen en we hadden verder niets te doen. Het was zo’n dag die niet zonder een rondje fietsen kan. Hoewel ik nog steeds niet echt zin had, stapte ik toch op voor een rondje van een uurtje. ‘Zin moet je maken’, zei mijn moeder altijd.

In het begin voelde het raar. Die gebogen houding, die snelheid. Het was alsof ik weer voor het eerst in mijn leven op een racefiets zat. Onwennig. Eenmaal in de duinen ging de knop om. We hadden wind mee en ik vloog. Met meer dan 40 km/per uur scheurde ik van een heuveltje af en plots wist ik weer waarom ik dit zo leuk vond. Ik werd overmoedig en besloot dat ik nog wel wat verder kon fietsen, niet nadenkend over de tegenwind op de terugweg en die ene banaan in het zakje van mijn fietsshirt.  Ik had immers geen zin om te fietsen, dus langer dan een uur zouden we echt niet gaan… Na twee uur fietsen volgde er dan ook een hongerklop, maar hee, ik had wel weer gefietst!

Inmiddels ben ik helemaal over die drempel heen en heb ik alweer drie keer gefietst. Dat de zon schijnt en dat ik met en/of naar leuke mensen kan fietsen helpt zeker mee. Misschien ben ik door deze zelfverkozen korte afstand tot mijn fiets nu zelfs wel extra blij dat ik rij 😉