Meer dan 600 kilometer fietste ik alweer dit jaar, ondanks dat ik 10 dagen ziek was. Ik vind het fantastisch om te zien dat mijn challenge ervoor zorgt dat veel mensen ook op hun fiets springen in de winter. Maar… van al dat fietsen word je niet per se een betere wielrenner! Dat merkte ik het afgelopen weekend maar al te goed, toen ik eens de racefiets pakte voor twee langere ritten…

Conditie 0,0

Ok, 0,0 is misschien was overdreven, maar van elke dag twee keer een half uur tot een uur fietsen ga je niet vanzelf ook beter fietsen. Dat was de afgelopen maanden ook niet mijn doel. Ik wilde vooral door blijven fietsen in de winter om de winter blues te lijf te gaan (en de bijbehorende ‘vreetkilo’s’). Maar nu de lente er weer aan komt – en vooral ook de bijbehorende Elfstedentocht (lees: 235 kilometer in één dag) op de fiets – begint er toch langzaam iets te veranderen. Dit weekend had Kelian geen zin om met de mountainbike het bos in te gaan. Hij wilde wel weer eens op de racefiets. Prima. Ik had nog wel een leuke route. Van een kilometer of 60-70, met klimmetjes. Soepel gleed Kelian omhoog, terwijl hij de afgelopen maand misschien één keer gefietst had. Ik verdacht hem van een motortje in zijn Giant. Bij mij ging het beduidend minder soepel. Op de terugweg lukte het om de teller op 27-28 km per uur te houden met wind mee. (En zelfs even over de 50 heuvelaf). Maar om nu te zeggen dat het van harte ging…

Wennen aan mijn racefiets

Naast de afstand, was er nog iets wat me parten speelde. Ik moest weer wennen aan mijn racefiets. Dat lange zitten was ik niet meer gewend. Zelfs al heb ik een superfijn zadel en dito (Castelli Free Aero) broekje waarop ik de vorige Elfstedentocht zonder enig pijntje heb overleefd… Van dat lange zitten in combinatie met die kou kreeg ik maar een houten kont. Om dan nog maar niet te spreken over mijn bovenlijf. Ik vond het nog knap lastig om mijn schouders te ontspannen, maar misschien was ook  dat de kou. (Ik hoorde wel steeds mijn pilatesjuf zeggen: ‘Schouders naar beneden, Kim, schouders naar beneden). Ik wéét dat het ook anders kan en dat het dus niet aan de afstelling van mijn fiets ligt. Nee, ik ben gewoon niets meer gewend.

Gericht trainen

Vandaag wilde Kelian weer op pad met de racefiets. Vooruit dan maar. Ik realiseerde me dat zo’n langere duurtraining uiteindelijk wel datgene is wat ik nu nodig heb. Een uurtje rammen in het bos is fijn – wat zeg ik, héél fijn – maar het is tijd om weer te werken aan mijn basis. Want hoewel ik de afgelopen tijd niet heb gekozen om gericht te trainen – ik fietste maar wat – weet ik heel goed hoe het werkt. En hoe het niet werkt. De laatste vijftien kilometer vandaag gingen echt met hangen en wurgen. (Lees: met het koppie naar beneden in het wiel hopen dat het snel voorbij zou gaan).

En weet je wat, ergens heb ik er wel weer zin in. Misschien plan ik binnenkort zelfs wel weer eens een inspanningstest om mijn hartslagzones in kaart te brengen en vis ik mijn hartslagmeter weer uit de kast. Want ja, die Elfstedentocht ga ik met alleen heel veel fietsen niet redden. Duurtraining (it) is!

PS Mocht iemand nog een tip heb voor een betaalbare manier om een inspanningstest te doen, let me know! (Ik heb helaas geen vergoeding in het aanvullende pakket van mijn zorgverzekering dit jaar).
PS-2 Wil je meer weten of het verschil tussen veel fietsen en gericht trainen, reageer dan op dit blog met jouw specifieke vragen. Dan zorg ik voor een antwoord!